Enkele moorden op zware criminelen en een citaat van Vondel lijken met elkaar te maken hebben.
Kort na elkaar sterven drie alleenstaande heren, verzamelaars van antiek, aan een hartaanval.
Een jongeman meldt zich bij het bureau Warmoesstraat omdat hij zich ongerust maakt over zijn oudoom die opeens niets meer van zich laat horen.
Inspecteur De Cock komt via de moord op een aan aids lijdende vrouw terecht in de betere kringen van de Amsterdamse onderwereld.
De Cock en zijn assistent Dick Vledder onderzoeken de moord op een bekende charismatische heilsprofeet.
Een Amsterdamse rechercheur vindt bij een vermoorde jonge vrouw een peuter in een kast. De politie staat nu voor een dubbele taak: de moordenaar vinden en de herkomst van het kind achterhalen.
Rechercheur De Cock en zijn mensen onderzoeken de moord op de nieuwste verovering van een jonge weduwe.
Een moord, in feite een dubbele moord, gepleegd in een goed bekend staand Amsterdams hotel. Rechercheur De Cock, in een nachtelijk gesprek met de moordenaar, doet alles wat hij kan om te voorkomen dat deze zich aangeeft. Tot grote woede van zijn commissaris duikt De Cock zelfs onder teneinde te voorkomen dat de dader zal worden gevonden.
De dader wordt toch gevonden dank zij een achtjarig meisje dat haar hele familie in grote moeilijkheden brengt door niet te willen slapen. Een achtenswaardig Amsterdams burger, hoofd van een bekend accountantskantoor, vraagt in volle ernst op het hoofdbureau van politie om een grondige voorlichting; hij is van plan een moord te plegen en meent dat De Cock als deskundige hem het beste kan vertellen hoe dit te doen zonder sporen achter te laten.
Kort na elkaar worden drie juristen dood in de Brouwersgracht aangetroffen.
De Amsterdamse rechercheur De Cock wordt belast met de bewaking van de kunstschatten van een miljonair, terwijl hij tevens betrokken raakt bij de mysterieuze dood van een jongeman.
Een 40-jarige vrouw geeft op bureau Warmoesstraat de vermissing van haar man aan, een keurige bankier.
Als een kostbare sarcofaag is gestolen, wordt de hulp van De Cock ingeroepen.
In zijn laatste zaak krijgt de Amsterdamse rechercheur De Cock te maken met enkele waterlijken met vastgelijmde handen.
Een ongeruste patiënte meldt de verdwijning van haar plastisch chirurg bij het speurdersduo De Cock en Vledder.
De moord op een clown en een omvangrijke juwelendiefstal stellen rechercheur De Cock aanvankelijk voor raadsels.
Nadat een kunstenaar inspecteur De Cock heeft gewaarschuwd dat men een moordaanslag op hem wil plegen, wordt hij dood aangetroffen.
De Amsterdamse rechercheur krijgt te maken met de moord op een gesjeesde theologiestudent die zich het lot van kansarme jongeren heeft aangetrokken.
Rechercheur De Cock wordt geconfronteerd met een gewurgde jonge vrouw in een kraakpand.
Tijdens het verhoor in het politiebureau aan de Warmoesstraat, glanst er moordlust in de ogen van arrestant Igor Stablinsky. De telefoon op het bureau achter De Cock rinkelt. Hij draait zich met stoel en al om, grijpt de hoorn en… plotseling hoort hij een snerpende gil: 'De Cock!!!' Het is de stem van Vledder. De Cock reageert bliksemsnel, dan slaat dreunend het in plastic verpakte breekijzer naast hem op het bureaublad. Vledder heeft een aanslag op De Cock verijdeld. Zo begint dit even innemend als adembenemend avontuur met De Cock, rechercheur aan het bureau Warmoesstraat in Amsterdam.